Een Joodse en een Griekse man lezen rug aan rug uit een Thorarol en het Evangelie van Lucas in een zonnig Midden-Oosters landschap

Gods plan met Israël en de geestelijke strijd om de wereld

Waarom Israël geen theologisch zijspoor is

Wat moeten we toch met ‘dat Israëlgedoe’? Sommige christenen gaan er helemaal in op. Anderen reageren juist vermoeid: we hebben Jezus toch, is dat niet genoeg? Daartussen bevindt zich een grote groep die oprecht niet goed weet wat zij met Israël aan moet.

Die verwarring ontstaat mede doordat het gesprek over Israël meestal begint bij de politiek. Wie heeft recht op het land? Hoe moeten we het optreden van de staat Israël beoordelen? Wat betekent de oorlog in Gaza? Hoe verhouden Joden en Palestijnen zich tot elkaar? Het zijn onvermijdelijke vragen, maar ze vormen niet het beginpunt van de Bijbel.

De Bijbel trekt het gordijn verder open. Achter de zichtbare geschiedenis speelt zich een geestelijke oorlog af. Volken, koninkrijken en politieke conflicten staan niet los van machten en vorsten in de hemelse gewesten. Precies daar, in die geestelijke oorlog, krijgt Israël een sleutelpositie. Niet omdat de huidige staat Israël altijd gelijk zou hebben, en ook niet omdat iedere politieke keuze van Israël met een Bijbeltekst kan worden gerechtvaardigd. Israël is van beslissend belang omdat God dit volk heeft verbonden met zijn handelen in de wereld, omdat de Messias de Koning van Israël is en omdat Israëls uiteindelijke herstel samenhangt met het herstel van alle dingen.

Dat is de motiverende kern van dit artikel. Het gaat niet alleen om een juiste Israëltheologie. Het gaat erom dat wij gaan begrijpen waar onze gebeden terechtkomen. Wanneer wij bidden om de bekering van Israël, staan we niet aan de rand van Gods plan. We begeven ons in het hart van de geestelijke strijd om de redding van de wereld.

Eerste anker: de geestelijke oorlog en de vorst van Israël

Openbaring 12 beschrijft een oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen strijden tegen de draak en zijn engelen. De draak wordt geïdentificeerd als de oude slang, de duivel en Satan, die de hele wereld verleidt. Wanneer hij wordt neergeworpen, klinkt in de hemel de proclamatie dat het heil, de kracht, het koningschap van God en de macht van zijn Gezalfde zijn verschenen.

Die passage wordt vaak los gelezen van Israël. Toch is Openbaring 12 van begin tot eind een Israëlhoofdstuk. De vrouw, het kind, de draak en Michaël plaatsen de komst van de Messias en de strijd tegen Satan in het verhaal van Israël. Michaël verschijnt niet toevallig. Hij is dezelfde hemelse vorst die in Daniël 10 wordt aangeduid als ‘uw vorst’: de vorst die God met het volk Israël heeft verbonden.

Het boek Daniël geeft ons een van de helderste inkijkjes in de geestelijke oorlog achter de geschiedenis. Daniël heeft een visioen ontvangen, maar begrijpt de betekenis ervan niet. Hij zet zijn hart erop om antwoord van God te ontvangen en vast en bidt eenentwintig dagen. Wanneer de hemelse boodschapper uiteindelijk verschijnt, verklaart hij dat hij vanaf de eerste dag was uitgezonden. Hij werd echter tegengehouden door de vorst van Perzië. Michaël moest komen om hem te helpen. Vervolgens kondigt de boodschapper aan dat ook de vorst van Griekenland zal verschijnen.

De boodschap is onthutsend. Achter aardse rijken opereren geestelijke machten. Perzië is niet alleen een politieke en militaire grootmacht; er is ook een vorst van Perzië. Griekenland is niet alleen een toekomstige wereldmacht; er is ook een vorst van Griekenland. En Israël is niet alleen een klein volk dat tussen de grootmachten probeert te overleven. Israël heeft een door God aangewezen hemelse vorst: Michaël.

Daar klopt het theologische hart van deze boodschap. Michaël beschermt Israël in de geestelijke wereld en is tegelijk een sleutelspeler in het breken van de greep van kwade machten op de wereld. In Daniël staat hij tegenover de vorsten die Gods openbaring en Gods handelen proberen tegen te houden. In Openbaring 12 voert hij de strijd waardoor de draak uit de hemel wordt geworpen. De strijd om Israël en de strijd om de wereld zijn daarom niet twee losstaande verhalen.

Als Michaël de vorst van Israël is en juist hij een beslissende rol speelt in de nederlaag van Satan, dan kan het herstel van de wereld niet buiten Israël omgaan. Dat is meer dan de bekende uitspraak dat God nog een plan met Israël heeft. Het betekent dat Israëls plaats in Gods heilsplan verbonden is met de ontmanteling van de geestelijke machten die de volken gevangenhouden.

Dit perspectief krijgt in veel christelijke gesprekken over Israël weinig aandacht. Het debat gaat vaak over landbeloften, eindtijdschema’s of de verhouding tussen kerk en Israël. Dat zijn legitieme onderwerpen, maar zij raken niet altijd het diepste niveau. De Bijbel beschrijft niet alleen een horizontaal conflict tussen volken. Hij beschrijft een verticale strijd waarin hemelse machten, aardse volken, de Messias en het biddende volk van God met elkaar verbonden zijn.

Het gebed van Daniël doet ertoe

De geestelijke oorlog betekent niet dat mensen machteloze toeschouwers zijn. Juist Daniël 10 laat het tegenovergestelde zien. De hemelse boodschapper zegt dat Daniëls woorden vanaf de eerste dag zijn gehoord. Terwijl Daniël volhoudt in gebed en vasten, vindt er een strijd in de hemelse gewesten plaats. Zijn gebed staat niet los van Michaëls optreden; het maakt er deel van uit.

Dat behoort ons wakker te schudden. Gebed is niet alleen een manier om innerlijke rust te vinden of persoonlijke verlangens bij God neer te leggen. Bidden is deelnemen aan Gods regering. Een mens die zijn hart op God richt, kan op aarde woorden spreken die gewicht hebben in de hemelse gewesten.

Openbaring 12 zegt dat de gelovigen de aanklager overwinnen door het bloed van het Lam, door het woord van hun getuigenis en doordat zij hun leven niet liefhebben tot in de dood. Wij zingen graag over het bloed van het Lam en over ons getuigenis. Het derde element slaan we liever over. Maar geestelijk gezag groeit waar mensen hun eigen comfort en veiligheid niet langer als hoogste doel behandelen.

Daniël had zijn leven niet lief. Hij leefde voor de eer van de Allerhoogste en bleef trouw, ook wanneer dat hem zijn positie of zijn leven kon kosten. Daarom was hij geen passieve waarnemer van de geschiedenis. Zijn gebed had betekenis in de strijd tussen hemelse vorsten.

Dat maakt Israëltheologie onmiddellijk praktisch. De vraag is niet alleen wat jij van Israël vindt. De vraag is of jij bereid bent te bidden. Zet jij je hart erop dat Gods beloften worden vervuld? Houd je vol wanneer je niet onmiddellijk resultaat ziet? Geloof je dat gebed voor Israël deel uitmaakt van de geestelijke strijd om de wereld?

Geen vrijbrief voor de staat Israël

De geestelijke betekenis van Israël maakt de huidige staat niet automatisch rechtvaardig. God zegt in Leviticus dat het land van Hem is en dat Hij bepaalt wie er woont. Hij geeft het land aan Israël, maar waarschuwt tegelijk dat het land zijn inwoners zal uitspuwen wanneer zij het door onrecht en afgoderij verontreinigen.

De landbelofte is daarom geen goddelijke immuniteit tegen morele beoordeling. De eigenaar blijft God. De profeten waren juist tegenover Israël vaak het scherpst. Ook het feit dat God Assyrië gebruikte om Israël te oordelen, betekende niet dat Assyrië vrijuit ging. God veroordeelde het rijk vanwege het buitensporige geweld waarmee het te werk ging.

Daarom kunnen we niet met een paar losse Bijbelteksten ieder optreden van Israël rechtvaardigen. Wie de geestelijke roeping van Israël serieus neemt, moet ook Israëls verantwoordelijkheid tegenover God serieus nemen. Het huidige Israël is bovendien grotendeels seculier. De roeping van het volk is reëel, maar wordt pas werkelijk vervuld wanneer het terugkeert tot zijn God en zijn Messias erkent. Hoe het Bijbelse spreken over Israël zich precies verhoudt tot het Joodse volk en de moderne staat Israël, is een afzonderlijke vraag die in dit artikel bewust niet verder wordt uitgewerkt.

Tweede anker: Christus is de gezalfde Koning van Israël

Hier komen we bij het tweede anker. Christenen zeggen gemakkelijk ‘Jezus Christus’, alsof Christus zijn achternaam is of een vanzelfsprekende religieuze titel. Maar het Griekse woord christos betekent eenvoudig ‘gezalfde’. Wanneer je dat woord zonder zijn Bijbelse context aan een Griekse hoorder zou uitleggen, blijft er bij wijze van spreken een man over met olie in zijn haar.

Waarom zou dat goed nieuws zijn? Omdat zalving in het verhaal van Israël allereerst bij het koningschap hoort. David werd gezalfd tot koning. De verwachte Messias is de door God gezalfde zoon van David. Jezus is dus niet zomaar ‘een gezalfde’. Hij is de gezalfde Koning van Israël.

Soms zingen kinderen dat Jezus de koning van de jungle, de zee of het heelal is. Uiteindelijk is Hij inderdaad Heer over de hele schepping en zullen alle volken zich voor Hem buigen. Maar dat universele koningschap mag niet worden losgemaakt van de concrete weg waarlangs God het vestigt. Jezus is niet in de eerste plaats een abstracte, universele religieuze koning. Hij is de Messias van Israël, de erfgenaam van David, die vanuit Sion over de volken regeert.

Wanneer we Israël uit het evangelie verwijderen, wordt ‘Christus’ een leeg woord. Dan zeggen we tegen de wereld dat er een man met olie op zijn hoofd is en dat dit goed nieuws zou zijn. Het woord krijgt pas zijn volle betekenis in het verhaal van Gods verbond met Israël, de troon van David, de beloften van de profeten en de verwachting van het Koninkrijk.

Dit verklaart ook waarom de redding via Israël naar de wereld komt. Jezus is Joods. Hij verschijnt binnen het verbond met Israël. Hij vervult de beloften aan de aartsvaders en de profeten. De apostelen verkondigen Hem als de opgestane Messias van Israël. Vanuit Jeruzalem gaat het evangelie naar Judea, Samaria en de uiteinden van de aarde.

De volken ontvangen het heil niet doordat God Israël terzijde schuift, maar doordat de Koning van Israël zijn heerschappij uitbreidt over de volken. Wij worden niet gered uit een Israëlisch verhaal vandaan; wij worden door Israëls Messias in Gods heil betrokken. Het universele bereik van het evangelie heft Israëls bijzondere roeping niet op. Het bevestigt dat Gods bedoeling met Israël altijd de zegen van alle volken was.

Het Koninkrijk is groter dan mijn persoonlijke geloof

De evangelische beweging heeft sterk benadrukt dat ieder mens persoonlijk met God verzoend moet worden. Terecht. Maar wanneer het evangelie vrijwel uitsluitend over mijn bekering, mijn stille tijd en mijn geestelijke ontwikkeling gaat, wordt het Bijbelse verhaal te klein.

God redt niet alleen losse individuen. Hij vestigt een Koninkrijk. Een koninkrijk heeft een Koning, een volk, gerechtigheid en vrede. De grote opdracht richt zich op de volken. De profeten zien niet alleen vergeven individuen, maar naties die naar Sion optrekken om de wegen van de Heer te leren.

Daarom is de identiteit van Jezus als Koning van Israël geen specialistisch detail voor liefhebbers van Joodse achtergronden. Zij bepaalt hoe wij het evangelie begrijpen. Als Jezus de Koning van Israël is, dan hoort Israëls herstel bij de komst van zijn Koninkrijk. En als zijn Koninkrijk de hele aarde zal omvatten, dan is wat God met Israël doet van betekenis voor ieder volk.

Derde anker: Israël moet zijn Messias aanvaarden

Het derde anker volgt hier onvermijdelijk uit. Israël kan zijn eigenlijke rol in Gods heilsplan alleen vervullen wanneer het Jezus als Messias aanvaardt. Een terugkeer naar het land is niet hetzelfde als geestelijk herstel. Politieke soevereiniteit is niet hetzelfde als de komst van het Koninkrijk. De uiteindelijke roeping van Israël wordt vervuld wanneer het volk zijn Koning herkent.

Petrus zegt dit opvallend direct in Handelingen 3. Nadat de verlamde man bij de tempel is genezen, roept hij de inwoners en leiders van Jeruzalem op zich te bekeren. Dan zullen hun zonden worden uitgewist, zullen tijden van verkwikking komen en zal God de voor hen bestemde Messias, Jezus, zenden. De hemel moet Hem opnemen tot de tijden van het herstel van alle dingen.

In die woorden worden Israëls bekering, de wederkomst van Jezus en het herstel van de wereld met elkaar verbonden. Petrus zegt niet dat Israël slechts één van de vele doelgroepen van evangelisatie is. Hij spreekt het verbondsvolk aan en verbindt zijn antwoord op de Messias met de doorbraak van Gods wereldwijde herstel.

Paulus tekent dezelfde beweging in Romeinen 11. Israëls verwerping betekende verzoening voor de wereld. Wat zal Israëls aanneming dan anders zijn dan leven uit de doden? De volken hebben door Israëls struikeling het evangelie ontvangen, maar Gods verhaal eindigt niet bij Israëls struikeling. Het beweegt naar aanneming, ontferming en leven uit de doden.

Ook Jezus verbindt zijn terugkeer met Jeruzalems erkenning: ‘U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.’ De Koning dwingt zijn volk niet tot een lege politieke rol. Hij wacht op herkenning, berouw en welkom.

Daarom kan een Israël dat Yeshua afwijst zijn diepste bestemming nog niet vervullen. Het kan een staat opbouwen, een economie ontwikkelen en zich militair verdedigen. Het kan delen van de Hebreeuwse taal en cultuur herstellen. Dat alles kan historisch betekenisvol zijn. Maar de roeping om als volk van de Messias tot zegen voor de wereld te worden, komt pas tot haar doel wanneer Israël zegt: ‘Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.’

Bidden voor de vrede van Jeruzalem

Wat betekent het dan om te bidden voor de vrede van Jeruzalem? Natuurlijk mogen we bidden om het stoppen van raketten, de vrijlating van gijzelaars, bescherming van burgers, recht voor Palestijnen, wijsheid voor leiders en het einde van haat en geweld. Dat zijn noodzakelijke gebeden.

Veel christenen bidden dit gebed al hun hele leven, zonder het te beseffen. Jezus, een Joodse rabbi die tot Joodse toehoorders spreekt, leert zijn discipelen bidden: ‘Uw Koninkrijk kome’ en ‘Uw Naam worde geheiligd.’ Die tweede bede is geen vage vroomheidsformule. In die bede klinkt de profetische taal van Ezechiël 36 mee. Daar zegt God dat Israël zijn Naam onder de volken heeft ontheiligd en dat Hij zelf zijn Naam zal heiligen door zijn volk te verzamelen, met rein water te besprengen en het een nieuw hart te geven.1 In zijn Joodse en profetische context is het Onze Vader daarmee óók een vurig gebed om het herstel van Israël. Wie het bidt, bidt al mee in de lijn van dit artikel.

Maar als de Bijbelse analyse klopt, ligt de diepste oorzaak van de onvrede niet alleen in grenzen, nederzettingen, veiligheidsbeleid of nationale trauma’s. Achter de zichtbare strijd woedt een geestelijke oorlog. En de werkelijke bestemming van Israël ligt in de erkenning van zijn Messias.

De meest fundamentele manier om voor de vrede van Jeruzalem te bidden is daarom: ‘Vader, open de ogen van Israël. Laat het volk Yeshua herkennen als zijn Messias en Koning.’ Dat is geen gebed tegen het Joodse volk, maar juist een gebed vóór Israëls roeping. Het verlangt ernaar dat Israël wordt wie het in Gods plan bestemd is te zijn.

Dit gebed raakt tegelijk de vrede van de wereld. Als Israëls aanneming ‘leven uit de doden’ betekent, dan bidden we bij de bekering van Israël niet alleen om persoonlijk zielenheil voor Joodse mensen. We bidden om een doorbraak in het herstel van alle dingen. We bidden dat de Koning van Israël zijn plaats inneemt en dat de geestelijke machten hun greep verliezen.

Jood en Arabier onder één Koning

Deze hoop geeft geen ruimte om Arabieren of Palestijnen uit Gods plan weg te schrijven. Jesaja 19 tekent een heerbaan van Egypte naar Assyrië. Egypte en Assyrië zullen samen de Heer dienen. God noemt Egypte ‘mijn volk’, Assyrië ‘het werk van mijn handen’ en Israël ‘mijn erfdeel’. Het herstel omvat de hele regio.

Jaren geleden sprak ik met de voorzitter van het Palestijns Bijbelgenootschap. Ik vroeg hem hoe hij zich verhield tot het verlies van land en tot de Israëlische bezetting. Hij antwoordde vanuit een diepe ontmoeting met Jezus: ‘Ik heb Jezus. Wat moet ik met het land? Laat ze het land hebben. Ik heb meer dan dat. Ik heb Yeshua gezien.’

Dat antwoord is geen kant-en-klare politieke oplossing. Recht, veiligheid en land blijven ertoe doen. Maar het laat zien wat alleen de Messias kan doen: een identiteit die door verlies en conflict is gevormd, openen voor vergeving en een groter Koninkrijk.

De vrede van Jeruzalem komt niet doordat de ene bevolkingsgroep de andere definitief overwint. Zij komt wanneer Jood en Arabier dezelfde Koning ontmoeten. De Koning van Israël blijkt dan geen bedreiging voor de volken, maar juist degene door wie de zegen van Abraham hen bereikt.

Gebed als deelname aan de doorbraak

Nu wordt de lijn compleet. Michaël is de hemelse vorst van Israël en een sleutelspeler in de strijd tegen de draak. Jezus is de gezalfde Koning van Israël, door wie het heil naar de volken komt. Israël vervult zijn roeping wanneer het deze Koning erkent. Daarom is gebed om geopende ogen geen vrome bijzaak. Het is deelname aan de geestelijke strijd om de komst van Gods Koninkrijk.

Misschien voelt dit groter dan je eigen leven. Wij zijn gewend te bidden om een huis, een baan, genezing of verandering van omstandigheden. Daar is niets mis mee. Maar wanneer gaan we bidden: ‘Heer, de wereld zelf moet anders. Laat uw Koninkrijk komen. Laat uw Koning worden verwelkomd’?

Je hoeft niet te wachten op een Israëlavond of een bijzondere gebedsbijeenkomst. Begin zelf. Zet het in je agenda. Kies een vast moment in de week of in de maand. Bid niet vanuit politieke opwinding, maar vanuit het profetische verlangen dat God zijn woord vervult.

Bid voor Joodse mensen die de naam van Jezus alleen kennen als de naam waaronder hun voorouders zijn vervolgd. Bid dat zij Yeshua leren zien zoals Hij werkelijk is: niet als stichter van een vreemde heidense godsdienst, maar als hun eigen Messias en Koning.

Bid voor Palestijnen en andere Arabieren die Jezus nodig hebben om boven haat, vernedering en wraak uit te komen. Bid dat zij in de Koning van Israël niet hun vijand ontmoeten, maar de Zoon van David die ook hen opneemt in het Koninkrijk van God.

Bid voor de kerk, dat zij haar hoogmoed en vervangingstheologie aflegt. Bid dat zij niet langer over Israël spreekt alsof Gods verbond is mislukt, maar haar plaats inneemt als een gemeenschap uit de volken die Israël tot jaloersheid wekt en samen met Israël uitziet naar de komst van de Koning.

En bid om doorbraak in de hemelse gewesten. Bid dat de machten die Joden en Arabieren gevangenhouden in angst, geweld, afgoderij en verblinding hun greep verliezen. Bid dat Michaël kan doen wat God hem heeft opgedragen. Bid dat de aanklager wordt neergeworpen en dat het heil, de kracht, het koningschap van God en de macht van zijn Gezalfde zichtbaar worden.

Laat uw Koninkrijk komen

Israël is geen lastig aanhangsel bij het evangelie. Israël staat midden in het verhaal van de geestelijke oorlog, de komst van de Messias en het herstel van de wereld. De Koning is de Koning van Israël. De hemelse vorst die tegen de draak strijdt, is de vorst van Israël. En het volk dat deze Koning nog grotendeels niet herkent, wordt door apostelen en profeten geroepen tot een aanneming die leven uit de doden betekent.

Wie voor Israël bidt, bidt daarom niet alleen voor één volk. Hij bidt voor de vrede van Jeruzalem, voor de bevrijding van de volken en voor het herstel van alle dingen.

Vader in de hemel, open de ogen van Israël. Laat uw volk Yeshua herkennen als zijn Messias en Koning. Open ook de ogen van Arabieren en van de volken. Breek de macht van haat, geweld en geestelijke verblinding. Geef Michaël ruimte om te volbrengen wat U hem hebt opgedragen. Laat uw Koninkrijk komen en laat uw wil geschieden, op aarde zoals in de hemel.

Amen.

Noten

1 Ezechiël 36:22-27, met name vers 23 (“Ik zal Mijn grote Naam heiligen… en de heidenvolken zullen weten dat Ik de HEERE ben”) en vers 25-27 (besprenkeling met rein water, een nieuw hart).

Vergelijkbare berichten