Monthly Archives: mei 2015

bijbelsefeesten pinksteren duif

Pinksteren, zure mensen en God

In de week van ongezuurde broden stond Jezus op uit de dood. Het was op de dag na de sabbat van die week. Dat was niet zomaar een dag. Zijn opstanding was precies op de dag die God als een feestdag had aangewezen. Op die dag, in de week van ongezuurde broden, moest de allereerste schoof –de eersteling- van het land worden geoogst en in de tempel aan God worden getoond. Pas als dat was gebeurd, mochten de Israëlieten van de nieuwe oogst eten. Jezus wordt daardoor de eersteling van Gods oogst en de vervulling van dit gebod.

Vanaf dat moment moet er volgens de Thora zeven weken worden geteld. Op de vijftigste dag is het Pinksterfeest. Wíe er nu precies moeten tellen is niet duidelijk, sommigen zeggen “wij allemaal”, anderen zeggen, “de leiders van het volk “, maar na vijftig dagen moeten alle mannen opnieuw in de aanwezigheid van de Heer komen. Midden in de oogsttijd is het tijd om even uit te blazen, want het is Pinksteren.

Pinksteren is een bijzonder feest. Het is een oogstfeest. Nu moeten alle mannen van hun eigen oogst de eerstelingen naar de tempel brengen. Het is een drukte van belang. Men schat dat in de tijd van Jezus er met Pinksteren meer dan een miljoen mensen in Jeruzalem in de stad zijn. Ook Joden die in het buitenland woonden kwamen voor Pinksteren terug naar de stad en haar tempel.

Pinksteren; gezuurd brood als offer

Ongezuurd brood, -brood zonder gist- staat voor zuiverheid. Daarom worden er bij de meeste offers die je in de tempel bracht ook ongezuurde broden gedaan. De offers met Pinksteren vormen daarin een grote uitzondering. Opeens mag er met Pinksteren gezuurd brood aan de Heer worden gegeven. Ik stel me zo voor dat Mozes toen Hij dat hoorde van God even met zijn ogen knipperde voordat hij dat opschreef. Hij mompelde nog in zijn baard “raar” en deed er verder het zwijgen toe. God heeft het hem blijkbaar ook niet uitgelegd. Gods opdrachten over de feesten zitten vol met geheime aanwijzingen die later ooit duidelijk zouden worden. Het is daarom een goed ding de Thora te overdenken en je af te vragen, waarom staat dat daar eigenlijk, wat wil God daarmee zeggen.

Pinksteren: een heilig God en onheilige mensen

De onthulling van dat geheim vond vele eeuwen later plaats. De discipelen van Jezus waren al vroeg in de morgen bij elkaar toen er op hen tongen als van vuur verschenen terwijl er het geluid van een geweldige wind door het huis klonk. God kwam met zijn heilige Geest wonen in onheilige mensen. Misschien denk je nu, “ho ho, het waren wel de apostelen”, maar als we de rest van de geschiedenis lezen van die apostelen, dan zie je dat ze nog steeds in staat waren tot ruzies en machtspelletjes. Ze waren geliefd door God, hun zonden waren vergeven, maar dat maakte ze nog niet zondeloos. Toch rustte de Heilige Geest op hen. Ze stelden zichzelf als levende offers beschikbaar voor God en ook al waren ze niet volmaakt, toch kwam de Geest. Zo bezegelde God dat vanwege het lijden en sterven van Jezus aan het kruis, zij met Hem verzoend waren. God kijkt niet meer naar wat verzuurd is in de mens. Sterker nog, de Heilige Geest is onder andere gegeven ons te helpen die verzuring op te lossen. We kunnen dat namelijk helemaal niet zelf.

De mensen die met de Geest gedoopt werden, waren de eersten die konden ervaren dat God hen had aangenomen als zijn zonen. Jezus werd op dat moment van de eniggeboren Zoon van God, de eerstgeboren Zoon. Petrus zou later in zijn brief nog vol verwondering schrijven: wij hebben deel gekregen aan Gods natuur. God zelf woont in ons, leeft in ons en neemt ons op in zijn Goddelijke kring van Liefde. En Paulus weet dat we iedere gelovige een tempel is van de Heilige Geest. Zij werden deel van Gods oogst en vervulden zo het beeld van de eerstelingen die Israël bracht. Ze begrepen meteen dat wat zij ontvingen niet alleen voor in een bovenzaal –of opwekkingsterrein- was bedoelt en gaven het goede nieuws meteen door. Drieduizend mensen kwamen die dag tot geloof. Aangezien de hemel juicht over elk mens dat zich bekeert, vermoed ik dat deze Pinksterdag ook een explosie van vreugde in de hemel opleverde en een dodelijke stilte in de hel. Er valt dus iets te vieren met Pinksteren en ik hoop dat u het op zo’n manier viert dat de hemel weer kan juichen.

Tot slot. Dit jaar valt het Bijbelse Pinksteren bij hoge uitzondering samen met de Pinksterdatum die de kerkvaders later hebben bedacht. Ik denk dat de hemel in ieder geval glimlacht dat de kerk samen met Israël dit feest viert.

 

 

 

 


bijbelse feesten: oogst van mensen

Bijbelse feesten; geen oogst, geen feest

Mijn opa was van nature niet zo’n vrolijke man. Op zijn verjaardag gingen we met mijn ouders altijd wel naar hem toe. Maar zelfs op zijn verjaardag lukte het hem niet zo goed om vrolijk te kijken. Net of hij er niet blij mee was dat iedereen er was. Maar wegblijven was niet echt een optie, het was een verplichting. Terwijl in de grote kamer mijn ouders hun best deden er iets van te maken, zat ik samen met een broer en wat neven en nichten mijn tijd uit aan de keukentafel. Ik was altijd blij als dat “feest” weer voorbij was. Onbewust heb ik denk ik jaren dat gevoel meegenomen naar kerkelijke “feesten”. Een soort verplicht samenzijn onder het oog van een God die er zelf verder niet echt feestelijk bij zat voor de gelegenheid. Toen ik op latere leeftijd ontdekte hoe in de “Pinkster kerken” en in Joodse kringen uitbundig werd gedanst en gehost ter ere van God, was dat zowel een schok als een verademing.

God viert feest, maar waarover?

Mensen zijn dus blij over wat God gedaan heeft, maar de vraag bleef knagen. Viert God ook feest tijdens een Bijbels feest en zo ja waarom dan? Of zit hij er zo’n beetje bij als mijn opa. Nors commentaar gevend op alles wat niet goed gaat in de huiskamer. Het antwoord staat in Leviticus 23:2. God zegt “dit zijn mijn feesttijden en jullie, Israëlieten, moeten ze op aarde uitroepen.” In het Hebreeuws staat daar het woord mo’adim, vastgestelde tijd, of ontmoeting. God wil juist op die dagen zijn volk ontmoeten. Hij wil dat we “voor zijn aangezicht” komen. Ik houd van die oude uitdrukking. Het is zo intens persoonlijk. God wil me zien, hij wil dat Ik hem in het gezicht kijk, zodat “zijn aangezicht over mij kan oplichten” ofwel zijn gezicht klaart op als Hij me ziet. In Psalm 16 staat dat er een volheid van vreugde is voor zijn aangezicht. In Efeze staat dat God alles doet “naar zijn welbehagen”. Dat betekent, God heeft plezier in wat hij doet. Paulus zegt in 1 Tim 1:11 dat hij het evangelie van de gelukkige God preekt. Hij is vol vreugde over de redding die Hij aan ons kan geven. John Piper schreef daarover een boek met de uitdagende titel, The pleasures of God.

Is het u wel eens opgevallen dat de Bijbelse feesten van Israël er niet alleen zijn om de reddingen van de geschiedenis herdenken? God wil graag dat Israël tijdens ieder feest een stuk van de oogst aan hem geeft. Aangezien alles wat God doet hem gelukkig maakt, mogen we ons afvragen wat Hem daar nu zo gelukkig in maakt. God is immers niet afhankelijk van wat Israël aan hem geeft. Sommige mensen denken dat het God er alleen maar om te doen is om ons een lesje te leren zodat we zullen herinneren dat we van Hem afhankelijk zijn. God is dan de stoïcijnse leermeester, die zelf onbewogen blijft door de cadeaus die we hem geven. Of nog erger, hij zit als een ontevreden opa te kijken of je alles wel goed doet. Zo wordt een feest al snel een verkrampte zaak.

Waarom is God blij met een stuk van onze oogst? Ik denk dat het hem eraan doet denken, dat Hij zelf ook een oogst heeft in deze wereld. Dat vervult hem met vreugde. Hij zal ook een oogst binnenhalen, niet van gewassen maar van mensen. De apostel Paulus begreep dat toen hij Jezus de eersteling noemde. Dat is hetzelfde woord als in Leviticus wordt gebruikt voor de eersteling van de oogst die met Pesach wordt binnengebracht. En de eerste gelovigen met Pinksteren zijn de eerstelingen. In het Bijbelboek Openbaring wordt er gesproken over de laatste oogst in temen van de druivenoogst die wordt binnengehaald. Het Loofhuttenfeest wordt gevierd na het binnenhalen van die oogst.

 

Een Bijbels feest is een oogstfeest. Zonder oogst, geen feest.

Er zijn veel uitspraken van Jezus waarin Hij het koninkrijk van God beschrijft in termen van een oogst

die van de wereld (de akker) wordt binnengehaald. Er is dus meer aan de hand tijdens de Bijbelse feesten dan dat Israël zijn momenten van verlossing viert. God heeft daar zelf plezier in omdat Hij er diepe vreugde in vindt om mensen te redden. Zijn reddingsplan wordt in actie gezet tijdens die feesten. Hij haalt zo zelf zijn oogst naar binnen. Al zijn denken en handelen vanaf de grondlegging van de wereld draait daarom. Jezus zegt dat de engelen juichen in de hemel over elk mens dat zich bekeerd. Wij zijn Gods medewerkers in zijn oogst. Het mooiste wat kan gebeuren op een feest van de Heer is een oogst van zielen. Want ook in de gemeente geldt, zonder oogst, geen feest.


sabbat challah

Sabbat: teken van Gods zorg

Category : Sabbat

Nadat God Israël heeft verlost uit de macht van Egypte en Israël door de Rode Zee is getrokken, komt het volk in de woestijn. Ze zijn nog niet eens bij de berg Sinaï aangekomen als er een ernstig tekort aan voedsel ontstaat. Het volk moppert en God voorziet hen van voedsel. Het is in deze situatie dat God voor het eerst tegenover Israël spreekt over de sabbat. Je kunt dit verhaal lezen in Exodus 16:11-27.

De hemelse voedselbank gaat aan het werk en er ligt dagelijks in de vroege morgen manna voor het oprapen in de woestijn. Een wonder op zich natuurlijk, maar het verhaal houdt daar niet op. God geeft er een paar regels bij. Je mag geen manna bewaren voor de dag van morgen. God wil blijkbaar dat Israël bij de dag leeft. Behalve dan op de zesde dag, dan ligt er genoeg manna voor twee dagen. Israël krijgt de opdracht om op de zesde dag voor twee dagen het manna te koken of te bakken want op de zevende dag is het sabbat. Sabbat betekent ophouden. Op de zevende dag moet je van ophouden weten ter ere van de Heer. Om Israël te helpen dit gebod te onderhouden ligt het wonderlijke brood op de zevende dag niet op de grond.

Uiteraard valt het Israël niet mee zich aan deze vreemde regelgeving te houden. Zeker als je in de woestijn voedsel vindt is het motto, “pakken wat je pakken kan”. De slavenmentaliteit van “er is nooit genoeg” en “als ik niet voor mezelf zorg, doet niemand dat” zit er diep in. Dus proberen sommige mensen door de week wel extra manna te bewaren voor de volgende dag. Helaas lopen de wormen binnen een dag uit de pot met manna die over datum is.

Het volk had in Egypte überhaupt geen vrije dagen gehad. Je zou denken dat een vrije dag vol enthousiasme werd begroet. Maar de slavenmentaliteit functioneert anders; “Wat, zomaar een dag niet werken? En dat gaat voortaan elke week zo? Wie zorgt er dan voor brood op de plank?” “Mozes heeft gezegd dat God een dubbel portie geeft op de dag ervoor. Maak je maar geen zorgen.” “Die Mozes kan wel zoveel zeggen!” Dus gaan sommigen op de sabbat toch in de woestijn zoeken of er manna is gevallen. God legt het nog een keer uit aan Mozes. Dit is de dag van ophouden die ik aan jullie geef. Het is een rustdag. De slavenmentaliteit zit echter zo diep dat God het simpelweg moet verbieden dat iemand het kamp verlaat om eten te zoeken. Later zal God, om te voorkomen dat je alsnog je vrouw of slaaf aan het werk zet om een maaltijd voor je te koken, verbieden om op de sabbat vuur in je woning te maken. Iedereen heeft gewoon een dag vrij. Het is een dag om op adem te komen voegt God er op Sinaï nog aan toe. Een dag die je apart zet –heiligt- voor de Heer. Om tot jezelf en tot Hem te komen, kortom om mens te zijn.

God vermaant Israël op vaderlijke wijze om gehoorzaam te zijn aan Hem. Zoals wij onze kinderen als ze jong zijn op tijd naar bed sturen, omdat we weten dat het goed voor ze is, zo dwingt God Israël tot rust. Hij bestrijdt zo in zijn kinderen de geest van de slavernij die altijd maar wil dat je doorgaat en niet tot jezelf of tot Hem komt omdat je teveel andere dingen aan je hoofd hebt.

En zo wordt de sabbat een teken voor Gods zorg voor ons. Het is immers in ons belang dat we een rustdag hebben bij al ons zwoegen om rond te komen. God heeft geen rustdag nodig. Hij wordt niet moe of mat. In Leviticus 23 noemt God de sabbat een mo’adim. Dat woord laat zich vertalen met een vastgestelde tijd van ontmoeting, een feesttijd. Het is een dag waarop God ernaar verlangt je te ontmoeten.

Als bonus en als aansporing geeft God aan Israël op de zesde dag voor twee dagen manna zodat ze op de zevende dag zich zelfs geen zorgen hoeven te maken over hun eten. Daarom liggen er in veel joodse gezinnen bij de opening van de sabbat twee broden op tafel als herinnering aan de God die voorziet. De sabbat is een teken van Gods zorg voor ons.

 

 

 


Op onze nieuwsbrief abonneren

Meer weten over de Bijbelse feesten? Op de hoogte blijven van vieringen?

Schrijf nu in voor de onderwijsbrief

Laat je meenemen in de mooie wereld van Gods Feesttijden. Leer over de achtergronden van de feesten en vind uit hoe je zelf de feesten vorm kan geven.

Maanstand

CURRENT MOON